Het ‘Focussen’ van E.T. Gendlin


the Quick Version
Het zogenaamde ‘focussen’ van Eugine T. Gendlin is een lichaamsgerichte psychotherapeutische techniek die  al decennia waardevol is voor veel therapeuten. Gendlin heeft weinig krediet geeist voor deze techniek omdat hij het naar eigen zeggen “niet ontdekt heeft, maar slechts heeft opgeschreven in kleine stappen. De stappen waarmee we naar ons gevoel kunnne leren luisteren.


Hoe dan? Lees:

the Longer Version

Het ‘Focussen’ van  E.T. Gendlin

door H.R.J. West

De psychotherapie heeft ‘het lijf’ eigenlijk pas vrij laat ontdekt. Alhoewel de theorie van de Rogerianen toch duidelijk de patiënt centraal stelt, is er pas na ongeveer 20 jaar aandacht voor het lijf gekomen middels de theorie van het ‘focussen’ door E.T. Gendlin(3).

Hij onderschreef de visie dat een therapie pas werkelijk een veranderend effect kan hebben wanneer er naast cognitief inzicht ook ‘emotioneel inzicht’ is ontstaan. Sterker nog, wij kunnen dingen op een pre-verbale, pre-conceptuele manier ‘weten’. En we zouden onze patiënten/cliënten èn onszelf onvoldoende recht doen wanneer dergelijke manieren van weten, dergelijk half- of voor-bewuste manieren van informatieverwerking niet serieus zouden nemen.

Dagelijkse voorbeelden van dergelijke impliciete kennis komen we bijvoorbeeld tegen in zinnetjes als: “ik kan niet goed zeggen wat mij dit doet” of “als ik dit hoor dan lijkt het te kloppen maar… ik weet het niet”.

Dergelijke vormen van impliciet weten (in tegenstelling tot verbaal, expliciet weten) zijn voor het uit­eindelijk gedrag wat iemand in een bepaalde situatie laat zien minstens zo bepalend (en waarschijn­lijk zelfs meer bepalend) dan de volledig bewuste en “verbaliseerbare” manieren van informatie ver­werking.

Gendlin herkende hierbij ook duidelijk het belang van het lichaam. Ons lichaam zal reageren naar aanleiding van onze gedachten of fantasieën. Niet alleen in de zin van actiebereidheid (zoals het stijgen van de hartfrequentie wanneer men zich alleen nog maar bedacht heeft dat er straks een inspanning moet worden geleverd). Maar ook specifieker in de zin van waarneembare houdingsver­anderingen, gevoelens van koude of warmte, stilte of beweging, ruimte of benauwing, spanning en ontspanning.

Dit wordt ook ondersteund door modernere theorieën over het denken zoals de hypothese van de ‘Affektlogik’ van L. Ciompi die stelt dat aangename gevoelens van ontspanning zich kunnen hechten aan ‘goede’ oplossingen. Sterker nog, naar aanleiding van de observatie dat het ontstaan van nieuwe inzichten voor een kind “lustvol” is, is voorstelbaar dat deze lichamelijk waarneembare verande­ringen helpen bij het herkennen en consolideren van ‘goede oplossingen’ door een ‘goed gevoel’ en anderzijds de ‘on-stemmige’ oplossingen middels andere gevoelens uit te bannen (1) (of po­pulair weten­schappelijk:-2-).

Als voorbeeld van momenten in onze ontwikkeling waarbij ooit ‘het cognitieve begrijpen’ sterk verbonden was met emotionele beleven geeft Ciompi: Laat een kind zien dat een lang (dus in kinderogen: ‘veel’) en smal glas evenveel water blijkt te bevatten als een kort (dus ‘minder’) en breed glas, dan zal er in in de eerste fase erger of verbazing duidelijk zichtbaar zijn, mogelijk overgaand in een angstige onzekerheid in de tweede ambivalente fase. Maar emoties van triomf/vreugde zullen de laatste fase kenmerken als het kind ‘snapt’ dat volume niet alleen met ‘hoog’ samenhangt maar ook met ‘diep’.

Op deze manier zouden dus lichamelijke gewaarwordingen iets uit kunnen drukken over de mate waarin een gedachte, een fantasie ook ‘stemmig’ of ‘zinnig’ is. Gendlin is dan ook de vader van de begrippen ‘felt sense’ of ‘body sense’ in het licht van ‘it makes sense’. De gewaarwording dat er een lichamelijke reactie is op de gedachten die worden gevormd (Gendlin sprak in dit kader over de gevoelde ‘shift’) kan ‘zinnig’ zijn, zelfs al wordt deze op dat moment nog niet helemaal verbaliseer­baar begrepen (expliciet weten). Dergelijke lichamelijke (meest enteroceptieve) gewaarwordingen vormen zich vaak in het centrum van het lichaam (in de hals-borst-buik-bekken regio) maar kunnen ook ontstaan in de meer propioceptieve waarneming van extremiteiten.

Voor de therapeutische toepassing van deze overwegingen is dit van belang omdat dergelijke pre-ver­bale, pre-conceptuele of impliciete manieren van ‘weten’ kunnen dus alleen worden (h)erkend wanneer het (eigen) lichaam niet als het ware van buitenaf wordt geobserveerd maar van binnenuit wordt waargenomen.


De verschillende stappen van het ‘focussen’

De praktijk van het ‘focussen’ zoals dat door Gendlin is beschreven maakt dan ook expliciet gebruik van deze zelf-observatie van binnenuit.

Modesty:
Focussing is not something that I invented. All I did was make little steps so that people could find it. (..) You’ll find it inside you and it’s yours and it doesn’t have anything to do with Eugene T. Gendlin…
Eugene T. Gendlin

Gendlin heeft een analyse gemaakt van de therapiemomenten die het belangrijkst bleken te zijn ge­weest. Naar aanleiding van deze analyse vond hij een aantal stappen: ruimte innemen en ruimte maken, resoneren tussen ervaren gevoel & handvat/symbool, vragen en weer opnieuw ruimte maken.

In de loop der tijd zijn daar wel verschillende volgordes in aangebracht door verschillende auteurs.

Ik beschouw ‘focussen’ als een min of meer cyclisch proces is dat door een voorbereiding moet worden ingeleid (1. ruimte innemen & 2. ruimte maken), dat één of waarschijnlijk meer keren kan worden door­lopen (van 3. ervaren gevoel tot 7. ruimte maken) en dat vervolgens inventariserend wordt afgesloten.


Nota Bene:

Bij de beschrijving van deze stappen moet tevoren gezegd worden dat zij soms vaag of onduidelijk over komen. Dat heeft alles te maken met het gegeven dat het focussen een manier probeert te zijn om vage, voor-bewuste gedachten of gevoelens concreter te maken.

En zeker wanneer je geen persoonlijke ervaringen hebt opgedaan met deze therapievorm dan lijkt één en ander vaak nogal onwerkelijk. Wij zien de volgende tekst dan ook als aanvulling op de opgedane ervaringen bij de cursus focussen zoals die in deze opleiding plaats vindt.


Ruimte innemen:

Omdat juist op de enteroceptieve en proprioceptieve waarneming wordt gefocust dient er voldoende aandacht te worden besteedt aan de voorbereiding (als inleiding van de therapiesessie of in eventuele gevallen door dit in eerdere sessies te oefenen). De voorbereiding dient te gebeuren in termen van ‘aanwezig zijn’, ‘gronden’, het contact maken met het eigen lijf dat fysiek ruimte inneemt in de thera­pieruimte. Er kan bijvoorbeeld worden gekeken in hoeverre dit ervaarbaar is door middel van instruc­ties als “voel je voeten… en voel de grond onder je voeten”, “voel je zitvlak:… je billen, je bovenbenen, je rug”, “stel je eens voor hoe ver jouw uitademing reikt in deze ruimte”, “probeer eens te voelen hoe ver de muur achter je van jouw rug verwijderd is” en/of “probeer met de ogen dicht waar te nemen hoever het plafond of de muren weg zijn” etc.


Ruimte maken:

Zeker wanneer het focussen begint is het van belang om voldoende aandacht te besteden aan het ruimte maken. Juist de dingen die niet zo duidelijk op de voorgrond staan kunnen veel bijdragen aan het effect van deze techniek. Wanneer je als therapeut gelijk maar ingaat op het eerste dat wordt ervaren dan loop je de kans om in de actie-val te lopen waar de cliënt zelf ook in zit: “ik ga maar door en door en door maar er verandert niks”.

Wanneer er dus ervaringen ontstaan, dan kan het een hele belangrijke manier zijn om ruimte maken door weliswaar die eerste ervaring te erkennen maar daar niet bij te stoppen. Vraag vervolgens te vragen: “en naast dat aspect of dat gevoel, zijn er nog andere dingen die er waarneembaar zijn/ op de voorgrond komen als je nu bij jezelf stil staat…”

Aan de ene kant kan je een beetje ruimte maken/afstand nemen van de dingen die op de voorgrond komen door het benoemen: “wat is er nu, wat houdt me bezig”. Het kan zijn dat er een probleem op de voorgrond komt of een gedachte of een gevoel.

Regelmatig zal inderdaad allereerst de aanmeldingsklacht worden gepresenteerd. Maar het kan ook zijn dat er een lichamelijke gewaarwording op de voorgrond komt. Dat kan de bijvoorbeeld de pijn zijn waar iemand voor komt maar het kan ook heel goed een ander gevoel zijn dat op de voorgrond van het bewustzijn komt.

Juist doordat je wat ruimte probeert te creëren tussen het ‘zelf’ en het probleem dat de patiënt in eerste instantie inbrengt kan er ruimte ontstaan voor andere dingen die ook spelen.


Ervaren gevoel:

Vervolgens ga je op zoek naar het gevoel wat het item in het lichaam geeft. Als er uit de fase van het ruimte maken een gevoel is ontstaan dan is deze stap natuurlijk overbodig. Maar anders zal je op zoek gaan naar de weerslag van het genoemde item in het lichaam.

“Als je naar dit item kijkt of bij dit item stil staat, wat zijn dan de dingen die jij in jouw lichaam voelt?”

Veelal zullen dergelijke gevoelens in de centrale delen van het lichaam optreden; in de hals, de borst, de buik en/of het bekken. Het gevoel kan bijvoorbeeld ervaren worden als een druk (van buiten naar binnen of juist van binnen naar buiten), als een onrust, een beweging of juist als een leegte, een gat. Er kunnen gevoelens van warmte of van koude ontstaan, van ijzigheid of verhitting. Er kan een trekkend of een duwend gevoel zijn, scheurend of persend, zachtheid of scherpte, loodzwaar  en drukkend of licht en stijgend. De gewaarwordingen kunnen lokaal blijven of algemeen zijn, in meerdere gebieden voorkomen of wandelen door het lichaam…

Er bestaan geen ‘goede’ of ‘foute’ gevoelens. De lichamelijke gewaarwording is zoals hij is en hoeft niet te worden begrepen. In deze fase zijn “fysiotherapeutische” of “psychotherapeutische” duidingen van het waargenomen gevoel niet op hun plaats. Hoe zuiverder het gevoel wordt waargenomen, hoe beter het is.

Neem er de tijd voor. Als je ervaren ben t kan het gelijk duidelijk zijn maar zeker in het begin vereist dit tijd. Dan is 2 minuten nog kort.

Het is ook goed mogelijk dat er meerdere gevoelens tegelijkertijd ervaren worden. Meestal is het niet verstandig om daar tegelijkertijd mee door te gaan. Vraag bijvoorbeeld naar de ervaring die het helderst is of op een andere manier het meeste aandacht vraagt en bij een volgende cyclus in het focus-proces kan dan gekeken worden in hoeverre de andere gevoelens nog steeds belangrijk zijn op het mo­ment dat er afstand is genomen van deze onderzochte lichamelijke ervaring.


Handvat/Symbool:

Vervolgens ga je op zoek om een woord te zoeken wat dat gevoel uitdrukt. Een dergelijk woord of sym­bool wordt wel aangeduid met ‘het handvat’. De leidraad daarbij zijn de lichamelijke gewaar­wordingen van de patiënt. De woorden die gekozen worden kunnen nog zo “prachtig klinken” of “logisch” lijken. Zolang het niet “goed voelt” dan is het ook niet het woord dat je zoekt.

Typerend voor de passende of stemmige symbool van het gevoel is dat het een verandering met zich meebrengt van het gevoel. Niet dat het gevoel dan wèg is of duidelijk veranderd maar er treedt een bepaalde ‘shift’ op, een verschuiving die aangeeft dat het gekozen woord ‘raak’ is.

Dergelijke symbolen van het lichamelijk gevoel kunnen heel abstract en in eerste instantie onwerkelijk overkomen op mensen die zelf geen ervaringen in deze richting hebben opgedaan.
Een symbool kan in eerste instantie bijvoorbeeld zijn als “een groenig harige ei-achtige vorm in mijn bovenbuik” of een “gladde metaal-achtige driehoek met een punt net onder de navel en een ander ter hoogte van mijn wervelkolom”.

Vragen die kunnen helpen met het vinden van een handvat/symbool kunnen vragen zijn naar de vorm, de kleur, de atmosfeer of bijvoorbeeld vragen als “als het nou een landschap zou zijn, beschrijf dat dan eens, wat voor weer is het daar?”


Resoneren:

Vaak kan het nodig zijn om met de aandacht een paar maal héén en weer te gaan tussen het tot dan toe gevonden handvat en het ervaren gevoel. Dit is ook de reden waarom in het gegeven schema de derde en vierde stap in een iets kleiner lettertype zijn neergezet. Veelal zullen zij beiden voorkomen in het resoneren.

Het kan bijvoorbeeld zijn dat het gevoel veranderd is, zich heeft ontwikkeld. Of het kan zijn dat je het woord niet helemaal kunt ‘vangen’. En nog steeds is het belangrijk om niet tevreden te zijn met woorden die mooi klinken. Het gevoel van de genoemde ‘shift’ kan bij voorbeeld méér optreden wanneer je zegt: “het is niet helemaal A maar het zit er wel in de buurt” of “we hebben er nog geen woord voor maar het handvat heeft elementen van A maar ook van B”. Soms kunnen één of meer bij­woorden ervoor zorgen dat het ‘ervaren gevoel’ een shift brengt.

Wanneer het gevoel van irritatie op de voorgrond begint te staan of wanneer iemand de neiging heeft om zó precies het symbool vast te schrijven dat de genoemde shift niet op kan treden (perfectionisme keert zich tegen zichzelf bij deze techniek) dan is het heel wel werkbaar om het handvat “het is niet helemaal A maar het zit er wel in de buurt” te werken of het handvat “X” te noemen. “We weten nog niet helemaal wat X is maar we weten dat het elementen heeft van A maar ook elementen heeft van B en C.”


Vragen:

Most traditional methods of working on oneself are mostly pain-centered.. People get to repeat over and over their painful emotions without knowing how to use the body’s own inherently positive direction and force.
Eugene T. Gendlin

Het vragen is een poging om meer duidelijkheid te creëren. Het is een soort ‘trialoog’ tussen ‘ervaring’, ‘situatie’ en ‘uitdrukking’. Anders gezegd: een poging om meer duidelijkheid te krijgen over het gevoel dat wordt ervaren, de situaties waarin het wordt ervaren en de uitdrukking die het bijbehorend symbool heeft. Hierbij is het van belang om niet te concreet te willen zijn. Dergelijke ervaringen kunnen soms eerder hun verband hebben op het terrein van metaforen, vergelijkingen of associatieve verwant­schappen. Bij voorbeeld kan het bij een lichamelijk ervaren pijn (in het kader van het focussen) belangrijker zijn om naar de associaties of de situaties rond die pijn te vragen dan dat het zou zijn om in te gaan op de medische achtergrond. Vragen die associaties oproepen zoals “is pijn gevangen zijn?” of “pijn hebben lijkt op …?” zijn in het kader van het focussen eerder verduidelijkend dan concrete vragen.

Durf ook jouw eigen associaties na te vragen. Wanneer de pijn bij voorbeeld lijkt op een “prik van een spinnewiel” dan is het helemaal niet zo wonderlijk om te vragen of zij ook het gevoel heeft om honderd jaar in slaap te zullen vallen of iets dergelijks.

Er kunnen door dergelijke associatieve verwantschappen soms paralellen duidelijk worden tussen eerdere ervaringen, andere gevoelens of half bewuste fantasieën.

Heel belangrijk is het vooral ook om de relatie van de verschillende gevoelens te bekijken die in de doorloop van verschillende cycli van de focus-sessie naar voren zijn gekomen.


Ruimte maken:

Specifiek voor de techniek van het focussen is dat je niet gaat proberen om de dingen die boven komen ‘op te gaan lossen’ of ‘beter te maken’. Je laat de dingen duidelijker worden en vervolgens vraag je de patiënt/cliënt om te proberen om het ervaren gevoel samen met het symbool “als een boom met kluit en al” ergens buiten zichzelf te plaatsen. Het kan verstandig zijn om ergens in de behandelruimte een plaats te laten kiezen.

En ook daarbij moet ervoor worden gewaakt dat een dergelijke plek niet al te makkelijk wordt geko­zen. Het komt bijvoorbeeld nogal eens voor dat onaangename gevoelens of symbolen in de vuilnisbak of buiten de deur worden geplaatst. Dat blijkt echter lang niet altijd terecht te zijn. Ik zeg vaak “als het zo simpel was dan had je dat al lang gedaan”. Soms blijkt ook dat er maar heel moeilijk afstand kan worden genomen van een dergelijk gevoel en het bijbehorend symbool. Het blijft als het ware kleven of vasthaken of het kan bijvoorbeeld ineens weer terug schieten vanuit de stoel waar het was neer gezet. Dan is het vaak dat er nog aandacht moet worden besteedt aan het nuanceren van het handvat of het stellen van vragen. Soms kan het ook werken wanneer je iets niet ‘buiten jezelf kunt plaatsen’ om het nogmaals te proberen door zelf achteruit te gaan ten opzichte van het gegeven.

Wanneer het nemen van afstand mogelijk is, dan is er niets anders te doen dan erbij stil te staan wat voor gevoelens er ontstaan als dit gevoel buiten het lichaam is geplaatst.

Soms kunnen er gevoelens achter of onder vandaan komen, er een gevoel kan bijvoorbeeld opstijgen als de steen die erop lag op de stoel ernaast is gelegd.

Het gaat hierbij niet om duidelijke gedachten, het gaat veel meer om gevoelens en halfbewuste associaties.

Een dergelijk gevoel dat dan naar voren komt uit de stilte kan dan weer worden meegenomen in het cyclisch proces om verder te exploreren.


Afsluiten door inventarisatie:

Specifiek voor de techniek van het focussen is dat je niet gaat proberen om de dingen die boven komen ‘op te gaan lossen’ of ‘beter te maken’. Je laat de dingen duidelijker worden en vervolgens vraag je hun onderlinge samenhang na.

De focus-sessie wordt afgesloten door samen terug te kijken naar de dingen die zijn ervaren, gevoeld en gedacht en vooral ook het terug nemen van de verschillende gevoelens die in de loop van de sessie naar voren zijn gekomen. Het komt namelijk nogal eens voor dat mensen hun onaangename gevoelens bij jou in de therapieruimte zouden willen achter laten. Dat is echter niet aan te raden. Juist omdat het vaak de moeilijke emoties zijn die bijdragen aan het ontstaan van problemen moeten deze onprettige en impli­ciete manieren van denken of de onaangename gevoelens die daarbij horen niet worden ‘weggemoffeld’ maar op een betere, of op z’n minst bewustere manier opnieuw worden geïntegreerd.

Daarnaast kan bij voorbeeld het uitschrijven van een focus-sessie (d.i. het opnieuw symboliseren) kan verstandig zijn om een therapie meer toekomstperspectief te geven.


Literatuur

1. Ciompi L. Luc Ciompi, Affektlogik: über die Struktur der Psyche und ihre Entwicklung; Ein Beitrag zur Schizophrenieforschung . Stuttgart: Klett-Cotta, 1989:
2. Ciompi L. Die Hypothese der Affektlogik. Spektr Wissensch 1993;(2):76-87.
3. Gendlin ET. The experiential response. In: Hammer EF ed. Use of interpretation in therapy: technique and art. New York: Grune and Stratton, 1968: 208-227.


Voor het stellen van vragen +klik hier+
Contact pagina: +klik hier+
of reageer hier:

Als je aanvullingen of opmerkingen hebt: plaats hieronder een reactie…


Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.